Van etikettering tot hulpverlening – Hulpverlening aan immigranten in de 21ste eeuw

Devillé en Basstanie’s artikel in KifKif geeft een overzicht van hulpverlening aan mensen met migratie achtergrond in de laatste decennia en toont tegelijk de veranderingen in de visie aan. Het artikel is te lezen via deze link. Hier presenteren we alvast hun samenvatting:

Een correct en genuanceerd inzicht in het begrip ‘cultuur’ is een eerste voorwaarde om professionele hulp te bieden aan allochtonen. Cultuur is nooit statisch, maar is voortdurend onderhevig aan veranderingen en is daardoor steeds dynamisch. Mensen zijn géén passieve wezens die uitsluitend handelen op basis van hun groepscultuur, zij zijn ook de actieve makers van hun cultuur. Een groepscultuur verschaft immers geen volledig uitgewerkte richtlijnen voor allerlei specifieke situaties waarin mensen terecht kunnen komen. Cultuur levert slechts een breed stramien van mogelijkheden waaruit het individu keuzes kan maken. Welke keuze iemand maakt hangt van vele factoren af, zoals de context van de interactie, de eigen situatie, bedoelingen, verwachtingen… Dat wil niet zeggen dat de keuzes die iemand maakt niet cultuurgebonden kunnen zijn. Wel is het in het algemeen zo dat, in interactie met anderen, de mens zichzelf op de voorgrond plaatst en vanuit het eigen belang handelt. Dat brengt met zich mee dat de gemaakte keuzes niet alleen in strijd kunnen zijn met de geldende waarden en normen, maar ook in vergelijkbare situaties heel anders ingevuld kunnen worden. De mens past dus niet alleen toe wat hij geleerd heeft, maar interpreteert, kiest en verandert de betekenissen naargelang de situatie waarin hij zich bevindt.

In welke mate moet de zorg voor immigranten specialistisch zijn of juist integraal? Hoe ga je de ontoegankelijkheid van de zorg voor migranten tegen? En hoe komt het dat participatie en inspraak hoe langer hoe meer gerealiseerd wordt voor zowat alle groepen in de samenleving –leerlingen in de lagere school kennen een leerlingenraad en bejaardenzorgcentra hebben een bewonersraad- behalve voor allochtonen?

Hoewel ‘interculturele communicatie’ in de allereerste plaats communicatie is, (en dus onderhevig aan alle basisregels van het communicatieproces) moeten we vaststellen dat de communicatie tussen mensen met een verschillende culturele achtergrond vaak als een aparte, en vaak problematische vorm van communicatie wordt beschouwd. Onterecht, want een verschil in (sub)cultureel systeem kan zich voordoen op heel wat niveaus: tussen mensen met een verschillende taal, nationaliteit, achtergrond of herkomst, ideologie en religie, politieke overtuiging, enz., maar ook tussen mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, arbeiders en intellectuelen, hulpverleners en cliënten, enz.

Professionele hulpverlening dient rekening te houden met de diversiteit en de individualiteit van elke cliënt en van zijn nood aan bijstand en ondersteuning. Hulpverlening aan allochtone cliënten is niet ‘anders’ dan hulpverlening aan autochtone cliënten. De problematische situatie waarin mensen zich, al dan niet tijdelijk, bevinden wordt vaak mede beïnvloed door sociaal-economische factoren. Soms spelen culturele factoren een rol, soms is er sprake van (generatie)kansarmoede, soms is er een toevallige samenloop van omstandigheden waardoor mensen in de problemen geraken.

Reeds meer dan 15 jaar houden hulpverleners al een pleidooi voor het meer inbrengen van de ‘human link’ in het sociaal werk: het inzetten van ervaringsdeskundigen, tolken, interculturele bemiddelaars en vrijwilligers. We kunnen niet anders dan deze vraag ook vandaag herhalen. Het is tevens van belang dat dit aanbieden van tolken, intercultureel bemiddelaars of co -begeleiders structureel ingebed is in de organisatie. Dit om te vermijden dat het inzetten van deze deskundigen afhangt van de instelling van de hulpverlener die men voor zich heeft.

Vandaag is inclusie dé beleidskeuze en zowat elke hulpverlener pleit voor deze visie. Er zijn inderdaad heel wat voordelen verbonden aan een inclusief beleid. De belangrijkste voordelen van een inclusief beleid zijn de mogelijkheid om groepen naar elkaar toe te laten groeien en het vermijden van denken in termen van ‘out-group homogeniteit’. Een open houding als sociaal werker geeft je de mogelijkheid om ieder individu te benaderen vanuit zijn of haar uniciteit. Je ziet de andere als persoon op zich, niet als lid van een bepaalde culturele groep. Kennis over de andere leidt er bovendien toe dat we gaan inzien dat er culturele heterogeniteit is binnen iedere groep. Een groot gevaar is dat de sociale sector zich blindstaart op de mode van het inclusief werken, waardoor maatschappelijke achterstelling van een bepaalde groep uit het oog verloren wordt. Inclusief beleid valt enkel te rijmen met een inclusieve samenleving, anders kan dit zorgen voor nog meer achterstelling van reeds gediscrimineerde groepen. Emancipatie van achtergestelde groepen veronderstelt een zeker categoriaal of doelgroepbeleid.

Een categoriale hulpverlening zorgt voor meer efficiëntie in het werken met immigranten, de erkenning van de culturele identiteit van de groep immigranten en de mogelijkheid om te werken aan de emancipatie van de maatschappelijke achterstelling waarin de meeste allochtonen in onze samenleving zich bevinden. Een categoriaal beleid is tevens een beleidsvriendelijke visie omdat ongelijkheid gemakkelijker kan worden aangetoond in onderzoek en cijfers.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Cultuursensitieve Zorg. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s