Cultuursensitieve Winterboeken

Deze winter kan nog warmer worden door de onderstaande romans die vensters openen op andere werelden.

  • Tussen de wereld en mij – Ta Nehisi Coates, 2015, Amsterdam University Press, 152 p.

tussen-de-wereld-en-mij-ta-nehisi-coates-boek-cover-9789462981546Tussen de wereld en mij is een lange brief van Ta-Nehisi Coates aan zijn vijftienjarige zoon, waarin hij beschrijft hoe het is om als zwarte jongen op te groeien in Amerika. Een Amerika dat zichzelf voorhoudt dat raciale tegenstellingen tot het verleden behoren, maar waar aanhoudende gewelddadige incidenten tegen de zwarte bevolkingsgroep een andere werkelijkheid laten zien. Daarbij probeert hij één vraag te beantwoorden: is het in Amerika mogelijk om geweldloos in een zwart lichaam te leven? Winnaar van de National Book Award voor non-fictie 2015

 

  • Ochtend in Jenin – Susan Abulhawa, 2012, De Geus, 215 p.

ochtend-in-jenin_-de-geschiedenis-van-een-volk-door-de-ogen-van-vier-generaties-vrouJe kunt geschiedenisboeken lezen om je kennis bij te schaven, om de grote context te zien, om me te wapenen tegen de desinformatie van de media. Niets is echter beklijvender dan deze verhalen van gewone mensen over hun persoonlijke tragedies, over hun moed om steeds weer op te staan om van hun leven en dat van hun kinderen, familie en vrienden iets goeds en waardevols te maken. ‘Ochtend in Jenin’ is een boek dat je van de eerste pagina tot de laatste aangrijpt. Aan de hand van het leven van de vier generaties vrouwen van de familie Abulheja vertelt Susan Abulhawa de geschiedenis van het Palestijnse volk van 1941 tot vandaag. Alles begint met het vreedzaam leven tussen de eeuwenoude olijfbomen in het dorpje Ein Hod dat stilaan verstoord raakt door geruchten over Joden uit Europa die daar wegvluchten van een grote oorlog en in Palestina een nieuw land willen stichten.

 

  • Het Einde van de Rode Mens – Svetlana Alexijevitsj, 2015, De Bezige Bij, 576p. einde van de rode mens

Wat is het effect van het communisme op de geestelijke gesteldheid van een volk? En hoe leg je deze collectieve mentaliteit vast? Gedurende twintig jaar sprak de Nobelprijs winnares Svetlana Alexijevitsj met honderden mensen die het Sovjetbewind doorleefden en in Het einde van de rode mens schetst ze deze homo sovieticus. De diversiteit aan stemmen legt de kern van het bestaan onder het Sovjetbewind bloot: de ideologie, opofferingen, solidariteit en het eenheidsgevoel. Maar de ommekeer van communisme naar kapitalisme, via de perestrojka van Gorbatsjov, heeft een verward, moreel verarmd en onbegrepen volk achtergelaten.
Svetlana Alexijevitsj heeft dit jaar de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen.

  • Moussa of de dood van een Arabier – Kemal Daoud, 2015, Anthos, 114 p. moussa dood arabier

Met Moussa of de dood van een Arabier heeft Kamel Daoud een stem gegeven aan ‘de Arabier’ uit de Franse klassieker De vreemdeling van Albert Camus. Haroen wordt al zijn hele leven gekweld door de zinloze moord op zijn broer door Meursault, de beruchte antiheld uit Camus’ roman. Haroen besluit zijn broer uit de anonimiteit te halen door hem een naam te geven: Moussa. En een stem, die de gebeurtenissen beschrijft die leidden tot Moussa’s dood op een oogverblindend Algerijns strand. De roman Moussa of de dood van een Arabier is tegelijkertijd een liefdesverklaring aan en overpeinzing van de Arabische identiteit, waarin het kolonialisme en de druk van het geloof een grote rol spelen.
Kamel Daoud won met Moussa of de dood van een Arabier de Prix Goncourt du Premier Roman 2015.

  • In the Eye of the Sun -Ahdaf Soueif, 2000, Anchor, 816 p, Engels.eye of the sun

Geschreven door de Egyptische journalist Ahdaf Souief, kijkt deze roman naar de intieme levens van de Arabische elite. Asya, zelf opgegroeid in een westerse elite familie, trouwt met een westerse Egyptenaar. Maar ze kan er geen seks mee hebben. Na zoveel mislukte pogingen vertrekt ze als maagd naar Engeland om een doctoraat te maken. Daar wordt ze verliefd op een Engelsman met wie zij haar seksualiteit kan beleven.

 

 

  • Het ronden van de boei – Andrea Camilleri, 2004, Serena Libri, 280pronden van de boei

Mensenhandelaren zetten duizenden illegale immigranten uit Afrika in wrakke bootjes voor de kust van Sicilië af. Onder hen die de reis overleven, bevinden zich ook veel kinderen. Commissaris Montalbano leert een van die jongetjes kennen en komt later tot een vreselijke ontdekking. ‘De commissaris stopte en zei met een zachte, rustige stem: ‘Kom maar hier, kindje, ik doe je niets’. Geen antwoord. Maar hij spitste zijn oren. Boven het lawaai dat van de kade kwam, als een vloedgolf van geschreeuw, gehuil, geklaag, gevloek, getoeter, sirenes en ontsteltenis, ontwaarde hij duidelijk een zacht hijgen, de ademnood van het kind dat blijkbaar een paar meter bij hem vandaan verstopt zat. ‘Vooruit, kom maar te voorschijn, ik doe je niets’. Hij hoorde geritsel. Het kwam uit een houten kist vlak voor hem. Het kind had zich daar zeker in opgerold. Hij zou een sprong kunnen nemen en hem grijpen, maar hij bleef liever onbeweeglijk staan. Toen zag hij langzaam een hand verschijnen, een arm en een hoofd. De rest van het lichaam bleef verborgen in de kist. Het kind stak zijn hand in de lucht, om zich over te geven, zijn ogen wijd opengesperd van angst, maar hij dwong zichzelf om niet te huilen, om geen zwakte te tonen. Uit wat voor uithoek van de hel was dat kind eigenlijk afkomstig – vroeg Montalbano zich plotseling verbijsterd af – als hij al op die leeftijd dat afschuwelijke gebaar had geleerd van je handen omhoog doen?

 

  • Weggaan – Tahar Ben Jelloun, 2006, De Bezige Bij, 283 p.

weggaanTanger, begin jaren negentig. In een café aan zee staren jongeren, onder wie Azel, naar de Spaanse kust, het eldorado dat zo tergend dichtbij lijkt te zijn. Azel, net afgestudeerd maar zonder uitzicht op werk, is vastbesloten zijn geboorteland te ontvluchten. Miguel, een rijke Spanjaard, wil hem wel meenemen onder één voorwaarde: Azel moet zijn minnaar worden. Hij gaat in op het aanbod, leidt even een luxe bestaan, maar het verlangen naar vrouwen en naar ‘zijn’ Marokko laat hem niet los. Zijn dromen maken plaats voor de genadeloze werkelijkheid van uitbuiting, drugsmaffia, moord en extremistische moslimbroeders. Een weg terug is er niet. Weggaan is een uiterst actuele roman, aangrijpend en wrang, over illegale immigratie en de menselijke behoefte aan zekerheid en een plek in de maatschappij. (Origineel in het Frans: Partir)

 

  • Ali & Ramazan – Perihan Magden , 2012, Amazon, 200 p, Engels.

201501031919-Perihan%20Mağden_Ali%20ile%20Ramazan_ABD-İngilizceGebaseerd op een waargebeurd verhaal, volgt deze roman twee jongens met heel verschillende achtergronden. Ze worden op elkaar verliefd in een weeshuis in Istanbul. Ramazan is een charmeur, de clown en helaas ook de favoriet van de directeur van het weeshuis. Ali komt uit het oosten van Turkije. Allebei hebben ze zakken vol trauma’s. Uiteindelijk moeten ze als 18 jarigen uit het weeshuis vertrekken. Daarna strompelen en struikelen  ze door het leven.

Advertenties

Cultuursensitieve Strandliteratuur

Cultuursensitiviteit is geen jas die je enkel op je werk aandoet. Het is een houding dat je overal meeneemt. Ook naar het strand als je op vakantie gaat. Steunpunt Cultuursensitieve Zorg raadt u de volgende zomerboeken aan. Allemaal romans om van te leren en van te genieten.

  • Drarrie in de nacht, Fikry El Azzouzi, 2014, Vrijdag, 183 p. drarrie2

Youb is een drarrie, een Marokkaanse straatjongen, een schijnbaar schoffie waar Belgen snel scheef tegenaan kijken. Zelf is hij de slechtste niet, maar zijn vader heeft hem aan de deur gezet omdat hij ’s avonds te laat thuis kwam. Overdag laat zijn moeder de deur nog wel eens open staan, ’s nachts trekt hij in het “Waasdorp” waar hij woont noodgedwongen de straat op met zijn vrienden, als daar zijn: Fouad, die zich door een rijke en wufte blanke laat sponsoren om met verboden middelen aan bodybuilding te doen, Maurice, half Belg, half Ivoriaan, en Karim, die eigenlijk Kevin heet en blank is, die geen vader heeft, en een alcoholiste als moeder, en die zich beter thuis voelt onder de ‘drarrie’, als moslim. Het zijn de kwaadsten niet, geen van allen, maar ze gedragen zich wel als schoffies: vrouwen bang maken of lastig vallen, stelen, brandstichten, iemand overvallen

  • Moeders van de stilte: Drie vrouwen naar de psycholoog in een ander land, Birsen Taspinar, 2013, De Bezige Bij, 256 p. moeders

Pelin, wier ouders naar België immigreerden voor zij geboren werd, verliest haar echtgenoot en twee kinderen in een brand, waardoor haar leven op zijn kop wordt gezet. Elif is een kersverse huwelijksmigrant. Wanneer er problemen opduiken in haar huwelijk, komt zij voor belangrijke dilemma’s te staan. Hülya, die al tien jaar in België woont, wordt zwaar ziek. Daardoor wordt zij gedwongen om keuzes die ze in het verleden heeft gemaakt te herzien. Drie vrouwen van dezelfde leeftijd staan op een kruispunt in hun leven. Ze worstelen met pertinente vragen over geslacht en etniciteit, maar worden net zoals zovele vrouwen met een migratieverhaal in onze maatschappij niet gehoord. Het is die stille strijd die psychologe Birsen Taspinar onder woorden brengt. Zij luisterde in haar praktijk naar de problemen en twijfels van deze moedige vrouwen en reconstrueerde in Moeders van de stilte hun levensverhaal.

  • Hoe de soldaat de gramofoon repareert, Sasa Stanisic, 2007, Anthos, 297 p. soldaat

Hoe zat het ook alweer met die oorlog in voormalig Joegoslavië? In zo’n vraag hebben we eigenlijk geen zin. We hebben in die jaren negentig toegekeken hoe daar voormalige landgenoten elkaars gebieden betwistten en daarbij over lijken gingen. De genocide in Srebrenica was het dieptepunt dat is blijven hangen in ons nationale geheugen. En daar houdt het wel zo’n beetje bij op. Saša Stanišic brengt op hartverscheurende wijze de tragedie op de Balkan onder woorden op een manier die ons er weer aan de haren bij sleept. In een boek dat in Duitsland een bestseller werd, maar hier tot nu vrijwel onopgemerkt is gebleven.

 

  • Twee meisjes, Mina Oualdlhadj, 2009, Beefcake Publishing, 157 p. twee meisjes

In dit boek komen Mimi en Aïcha aan het woord, twee Marokkaanse hartsvriendinnen met totaal verschillende karakters die met dezelfde problemen geconfronteerd worden. Mimi werd geboren in België, zij beschouwt Marokko gewoon als het land van haar ouders, het land waarnaar zij jaarlijks op vakantie gaat. Voor Aïcha is Marokko daarentegen het verloren paradijs uit haar kindertijd. Mimi en Aïcha zijn allebei krachtige vrouwen die zich niet laten doen. Ze spelen het elk op hun eigen manier klaar om zich weerbaar op te stellen in twee culturen, waarin ze hun plaats moeten veroveren. Mimi doet dit door wild in het rond te schoppen, terwijl Aïcha mits voorzichtige compromissen aan de weg timmert.

Twee meisjes van de Brusselse schrijfster Mina Oualdlhadj werd in het Frans gepubliceerd in 2008 onder de titel Ti t’appelles Aïcha, pas Jouzifine! In 2009 verscheen de Duitse vertaling en nu is er dus de Nederlandse vertaling. In Wallonië werd het boek een enorm succes omdat minister-president Rudy Demotte en zijn minister van Onderwijs Marie-Dominique Simonet enorme inspanningen deden om het boek in onderwijs- en culturele middens aan te bevelen.

  • Yemma: Stilleven van een Marokkaanse moeder, Mohammed Benzakour, 2013, De Geus, 220 p. yemma

Huis, gezin en Allah, dat zijn de domeinen van Mohammed Benzakours moeder. Ze is de echtgenote van een Marokkaanse eerste generatie gastarbeider. Ze is analfabeet en heeft nooit Nederlands geleerd. Na een herseninfarct belandt ze in een rolstoel, verlamd en zonder spraakvermogen. Ze wordt volledig zorgafhankelijk. Zonder haar zoon, die als tolk en belangenbehartiger optreedt, is ze verloren in een doolhof van ziekenhuizen, therapeuten en zorginstellingen die niet berekend zijn op patiënten zoals zij. Benzakour beschrijft hoe hij zijn yemma Marokkaans voor ‘moeder langzaam ziet afglijden. Hij haalt herinneringen op aan zijn vroegere moeder, aan wie zij was en wat hij aan haar te danken heeft. Te midden van een schrijnend gevecht tegen cultureel onbegrip en bureaucratie die menswaardigheid in de weg staan, doet Benzakour alles om haar leven enigszins te veraangenamen.

  • Americanah, Chimamanda Ngozi Adichie, 2014, Harper Collins, 400 p. americanahcover

Ik voelde me voor het eerst zwart toen ik in Amerika aankwam. Ik ontdekte dat ras daar een alomtegenwoordige rol speelt in ieder aspect van het dagelijks leven.’ Zo vertelt Chimamanda Ngozi Adichie over haar nieuwe boek Americanah waarin hoofdpersoon Ifemelu, net als de schrijfster, als jonge Nigeriaanse studente naar Amerika vertrekt. In haar nieuwe thuisland ziet zij zich geconfronteerd met een veelheid aan perspectieven, meningen, gedragscodes en historisch gegroeide patronen van zich tot elkaar verhouden: blanke Amerikanen, zwarte Amerikanen, Amerikaanse Afrikanen, iedere groep heeft zijn tradities van vooroordelen, aannames, denkpatronen, en goede en minder goede bedoelingen die ieder op een eigen manier een aspect van raciaal bewustzijn in zich herbergen. Ifemelu observeert, beleeft, analyseert en schrijft. Zonder een spoor van politieke correctheid, met een scherpe pen, eerlijk, lichtvoetig, uitermate geestig en vooral raak, verhelderend en herkenbaar.

Psychose in de Migratiecontext

Psychose heb je in alle culturen. Hoe ermee wordt omgegaan in de maatschappij of hoe het gepresenteerd wordt door de patiënt zelf, verandert volgens de context. In veel culturen krijgen de psychotici een heilige status. Ze worden het symbool van de brug tussen de bovenwereld en het wereldse. Zo krijgen de psychotici vaak de functie van genezer. In Westerse cultuur wordt psychose als een ziekte beschouwd en via medicatie en psychotherapie behandeld. Het schrikt de gewone mensen af. Ze worden vaak als ‘gevaarlijk’ gezien. Dit verschil kan één van de verklaringen zijn voor het feit dat het verloop van schizofrenie beter is in ontwikkelingslanden dan in ontwikkelde landen (IPSS, WHO).

In België komt psychose significant meer voor bij allochtonen dan bij autochtonen. Dit fenomeen is niet exclusief voor België en bestaat dus ook in andere Europese landen (Cantor-Graae & Selten 2005; Kirkbride ea 2012). De prevalentie is het hoogst bij migranten van buiten Europa. Nog interessanter is het feit dat psychose bijna dubbel zo vaak voorkomt bij de 2de generatie dan bij de 1ste generatie migranten.

Heel wat onderzoek zocht naar de redenen. ‘Migratie’ is de belangrijkste risico factor. (De tweede belangrijkste risico factor is ‘opgroeien in een grote stad’) (Selten & Cantor-Graae, 2005). De verklaring hiervoor wijst in de richting van discriminatie en maatschappelijke frustratie. Ervaringen met discriminatie en langdurige blootstelling aan vernedering kan de ontwikkeling van een paranoïde attributiepatroon bevorderen en zo ook de ontwikkeling van een psychose. Dit kan ook de verhoogde prevalentie bij de 2de generatie verklaren. Discriminatie kan een grotere impact hebben op iemand die hier geboren en getogen is, die meer verwacht erbij te horen dan iemand van de eerste generatie. Nog een onderdeel van migratie die een risicofactor vormt, is de psychische dynamiek van ‘splitsing’ (Ben Driss, R., 2014). Veel migranten beschikken over meerdere culturele repertoires; die van het land van oorsprong en die van het gastland. De meerderheid vindt een goed evenwicht tussen deze twee culturen. Ze bricoleren hun identiteit met verschillende eigenschappen en tradities van de twee culturen en gaan zo door het leven. Maar er is een minderheid die dit evenwicht niet vindt door zowel de interne als externe factoren. Voor deze groep komt de coherente identiteit niet op gang. Bv. een allochtone jongen leeft in de cultuur van het land van oorsprong thuis, krijgt een patriarchale opvoeding en daarmee veel macht als man. Buitenshuis leeft hij in een westerse cultuur en is zijn machtige positie verdwenen. Deze splitsing kan een bodem vormen voor de ontwikkeling van psychoses.

Wat de behandeling nog moeilijker maakt voor vele hulpverleners is de cultuurspecifieke inhoud van de wanen zoals djinns en bezetenheidsverhalen. Eerst en vooral moet men er rekening mee houden dat niet iedereen die over djinns of over bezetenheid spreekt een psychoticus is. Hulpverleners moeten durven vragen naar de individuele betekenis die de patiënt hecht aan de djinns. Voor een goede diagnostiek is het belangrijk om te weten of het djinnverhaal coherent is, vanwaar de stemmen komen, en of de tijd- en ruimtebesef nog intact is. Een eenzijdige biomedische en medicamenteuze behandeling faalt vaak bij deze groep. Bij een behandeling moeten deze culturele- en migratiefactoren in het oog gehouden worden.

Berna Kalkan & Redouane Ben Driss
Psychologen – CGG Brussel & Steunpunt Cultuursensitieve Zorg


Ben Driss, R. (December 27,2014). De kwestie van migratie en identiteit wordt steeds complexer. MO. http://www.mo.be/interview/de-kwestie-van-migratie-en-identiteit-wordt-steeds-complexer-redouane-ben-driss
Cantor-Graae,E. & Selten,JP (2005). Schizophrenia and migration: a meta-analysis and review. AM J Psychiatry. 162(1),12-24.
Kirkbride, J.B., Errazuriz, A., Croudace, T.J., Morgan C., Jackson,D., Boydell J., Murray R.M., Jones, P.B. (2012). Incidence of schizophrenia and other psychoses in England, 1950–2009: A systematic review and meta-analyses. PLoS One.7(3). doi:10.1371/journal.pone.0031660
World Health Organisation. (1974). Report of the International Pilot Study of Schizophrenia. Geneva.

Combineren autonomie en verbondenheid essentieel

In het i-psy symposium sprak Çigdem Kagıtçıbaşı, hoogleraar psychologie aan de Koç Universiteit in Istanbul, over de noodzaak om psychologische concepten kritisch onder de loep te nemen. Kern van haar betoog was dat westers opgeleide psychologen autonomie en onafhankelijkheid ten onrechte als identiek zien. Dat leidt tot verkeerde inschattingen als het gaat om het op eigen benen gaan staan in de volwassenwording, waarbij hulpverleners nogal eens aansturen op losmaking van het ouderlijk gezin. Autonomie en verbondenheid vertegenwoordigen volgens haar twee te onderscheiden dimensies van het zelf. Ze pleitte voor een ‘autonomous related self’. Ze onderbouwde haar betoog met verwijzingen naar onderzoeken die duidelijk maakten dat controle door ouders, warmte, verbondenheid enerzijds en autonomie in de opvoeding anderzijds naast elkaar kunnen bestaan. Vaak focussen hulpverleners echter bij migrantengezinnen op de autoritaire verhoudingen binnen het gezin en hebben geen oog voor de warmte en gevoelens van verbondenheid. De verbondenheid is juist een kracht van migrantengezinnen. Daar zou ruimte voor autonomie van kinderen aan toegevoegd moeten worden, met psychologische interdependentie als ideaal. De afwijzing door de ontvangende maatschappij is belemmerend voor een dergelijk familiemodel. Terug naar de psychologie stelde ze dat blinde toepassing van concepten de kern van het probleem in de hulpverlening aan migrantengezinnen is. Een meer contextuele benadering van patiënt en systeem is daarom van wezenlijk belang.

Uitgebreid verslag van het symposium vindt u hier.

Hallucinaties toegedicht aan djinns

Islamitische patiënten die hun klachten toeschrijven aan een zogenaamde ‘djinn’ praten hier zelden over met westerse hulpverleners.

Epidemiologische data ontbreken, maar op basis van onze klinische ervaring schatten wij dat 80% van de islamitische patiënten die voldoen aan de westerse criteria voor een psychotische stoornis djinns als verklaring overwegen.

Hierbij een artikel over het onderwerp. De leerpunten zijn opgesomd als volgende:

Bij psychische problemen en onbegrepen klachten bij personen met een islamitische achtergrond dient gericht naar djinns te worden geïnformeerd.

Aanbevolen wordt een tweesporenbeleid van zorgvuldige biomedische diagnostiek en daarnaast consultering van een terzake deskundige imam of traditionele genezer.

In de praktijk blijkt dat dergelijke deskundigen de klachten van patiënten zelden toeschrijven aan een djinn en dat zij vaak gaarne bereid zijn om te helpen de therapietrouw te bevorderen.

Hieraan willen we toevoegen dat het tweesporen beleid (en de rol van de hulpverlener hierin) moeilijk is in de praktijk. We vinden het ethisch niet verantwoord als hulpverleners de cliënt zelf verwijzen naar een (specifieke) imam. Welke imam is hierin bekwaam? Wat als de imam schade toebrengt aan de cliënt? Hoe kunnen we zeker zijn dat de imam de ethische codes respecteert? Probleem is dat de imam’s in België buiten België opgeleid zijn. Ze zijn daarom weinig vertrouwd met de cultuur en de leefwereld van de Moslims in België.

Maar hierover is er goed nieuws: vanaf volgend jaar start een optie Islamitische theologie en godsdienstwetenschappen binnen de Master of Arts in de Wereldgodsdiensten, aan de KU Leuven. Deze opleiding zal bijdragen aan de professionalisering van de imams. Zo zullen er in de toekomst meer imams op de arbeidsmarkt komen waarvan de deskundigheid beter gegarandeerd is. De cliënten zullen hierdoor hopelijk minder risico lopen in het aangehaalde tweesporenbeleid.

Etnische matching tussen cliënt en de hulpverlener is niet noodzakelijk

Waarom hebben we automatisch de neiging om de Marokkaanse cliënt bij de Marokkaanse collega te zetten? Begrijpen die elkaar beter? Zijn de allochtone hulpverleners beter in staat dan autochtone om allochtone cliënten te helpen? Waarom werkt de etnische matching en waarom niet?
Hierbij een goed interview-artikel over etnische matching tussen cliënten en hulpverleners in GGZ.

Video: Het gevaar van één enkel verhaal

Onze levens en culturen bestaan uit vele overlappende verhalen. Schrijfster Chimamanda Adichie vertelt het verhaal van hoe zij haar authentieke culturele stem vond – en waarschuwt dat als wij alleen luisteren naar één enkel verhaal over een andere persoon of land, we het risico lopen op serieuze misvattingen. Een heel relevant speech van 19 minuten voor cultuursensitieve hulpverlening.

Via deze link kunt u de video met Nederlandse ondertiteling bekijken.

Culturele competentie?

Recent publiceerde ‘the Journal of Family Therapy’ een artikel van Peter Rober en Lucia De Haene (2013). Beiden zijn familietherapeuten en gebonden aan KU Leuven. Het artikel stelt het culturele competentie referentiekader in vraag. Hun kritische analyse van het concept ‘tolerantie’ en ‘culturele competentie’ en het heersende denken over cultuur zijn interessant leesvoer. Het artikel zet aan tot nadenken, beschrijft enkele veelzeggende cases, maar geeft ook enkele adviezen. 

Het probleem met ‘tolerantie’

De auteurs starten hun betoog met een kritiek op het concept van tolerantie. Tolerantie is een absolute norm voor hulpverleners, maar de impliciete boodschap die uitgaat van de hulpverlener is problematisch. Volgens de auteurs luidt die boodschap als volgt:

“We accept that you remain connected with your cultural traditions, but we – enlightened as we are – understand the relativity of cultural beliefs and practices. So we are flexible and suspend our own cultural connectedness in order to be tolerant and respect you in your cultural traditions.” (p. 6)

“Become like me and I will respect your difference” (Badiou, 2001, p. 25)

Cultuur is niet allesverklarend

De auteurs dagen ons stereotiepe denken over cultuur ook uit. Typisch nemen we aan dat mensen van dezelfde cultuur dezelfde culturele praktijken uitoefenen en min of meer dezelfde waarden en normen delen. We zien personen uit andere culturen dan ook vaak als ‘vertegenwoordigers’ van hun cultuur. Volgens de auteurs is een dergelijke visie problematisch. Veel beter is het om personen te zien als individuen die actief een cultuur (re)produceren in hun pogingen om een goed leven te leiden.

“In dealing with the challenges they encounter they rely in part on what they have learnt in their life (in particular in their family, their culture) and they improvise to fill in the blanks, creatively engaging in and contesting their cultural backgrounds in producing personal, dynamic worldviews and meaning-making.” (p. 7)

Culturele competentie

Het idee van ‘culturele competentie’ stelt dat een hulpverlener zijn cultureel bewustzijn moet verhogen en cultureel sensitief moet zijn. Maar dit referentiekader creëert bepaalde spanningen in transcultureel werk:

–          Ten eerste, wordt het cultureel verschil gepsychologiseerd. Deze verschillen worden niet benoemd, maar getolereerd.

–          Ten tweede, wordt de hulpverlener verantwoordelijk gesteld. Je bent ofwel cultureel competent ofwel niet. De nadruk wordt op de cultuur van de patiënt gelegd. Maar een echte ontmoeting is enkel mogelijk als beide partijen zich binnen hun eigen ‘anders zijn’ kunnen situeren.

“The aim of the therapists’ reflexivity is not to maximize sameness through the relativizing of their own culture.” (p. 15)

“It is important to be present in the session as an ‘other’ to the family members.” (Bertrando, 2012)

–          Ten derde, wordt de nadruk te veel op verschillen gelegd en te weinig op universaliteiten.

“In difficult times, universalities transcend individuals in their particular situation: the veil is lifted and we are offered a glimpse of the other as the same, indifferent to differences (Badiou, 2003)”.

Het volledige artikel met mooie casusvoorbeelden vindt u hier.

Rober, P. & De Haene, L. (2013). Intercultural therapy and the limitations of a cultural competency framework: about cultural differences, universalities and the unresolvable tensions between them. Journal of Family Therapy. doi: 10.1111/1467-6427.12009