Londen-Brussel

In de reeks “Towards a new psychiatry: Philosophical and ethical issues in classification, diagnosis and care.” is er een artikel gepubliceerd met de titel “The culture of care within psychiatric services: tackling inequalities and improving clinical and organisational capabilities” (Ascoli et al., 2012). Het artikel is het resultaat van een onderzoek in verschillende Londense zorgsettingen met een hoog percentage patiënten van etnisch-culturele minderheden (ECM). De onderzoekers zijn zelf een team van ‘cultural consultants’ die supervisies geven aan hulpverlenerteams. Ze beschrijven hoe deze organisaties denken over cultuur en hoe ze met cultureel-andere cliënten omgaan. We vinden dat hun kwalitatieve bevindingen een goede reflectie zijn van de Brusselse hulpverleningslandschap. Daarom hebben we ze hier opgesomd.

  • In de hulpverlening wordt er meestal geen aandacht gegeven aan de culturele aspecten. Als er wel aandacht gegeven wordt, dan is het enkel als de patiënt van een ECM komt.
  • Als een cliënt van een ECM wordt aangemeld, is er automatisch de neiging voor “ethnic matching”. Eén hulpverlener in de team wordt geroepen die een gelijkaardige culturele afkomst heeft als de nieuwe cliënt. De gedachte leeft in organisaties dat ethnic matching voldoende is voor een kwalitateitsvolle hulpverlening. Zo bestaan er hulpverleners die enkel met ECM werken (de groep die in dit onderzoek signalen van burn-out en oververmoeidheid weergeven) en andere hulpverleners die met de ‘mainstream’ bevolking werkt (en die vinden dat cultuur in deze doelgroep geen relevante aspect is).
  • Van alle culturele aspecten in de hulpverlening, wordt er enkel aandacht besteed aan de cultuur van de cliënt. De hulpverleners beschouwen zich als ‘culture-free’ en neutraal.
  • Daarom wordt een analyse van de cultuur van de organisatie en van het eigen zorgsysteem meestal als irrelevant beschouwd.
  • De teams vragen enkel voor supervisie van de ‘cultural consultants’  als de casus over een cliënt van een egzotische”, “ongewone” culturele achtergrond gaat.
  • De hulpverleners zijn nog niet klaar om hun eigen culturele biografie te ontdekken om verder cultuurbewuster te werken, waarschijnlijk omdat deze exploratie veel eist van hun persoon.  

Hoewel het onderzoek gebeurde in een Londense context, denken we dat de resultaten van het onderzoek ook op de Brusselse situatie van toepassing zijn. Heel wat assumpties die de hulpverleners hebben over cultuur en zorg in het algemeen vormen een obstakel voor kwaliteitsvolle hulpverlening. Daarom is het broodnodig voor een hulpverlener om te reflecteren op aspecten zoals bv. “eigen cultuur”, “het begrip cultuur”, “westerse hulpverlening”, “genezingsvormen” om cultuursensitief te werken.

Hulpverleners met dergelijke vragen kunnen terecht bij het Steunpunt Cultuursensitieve Zorg.

Hulpverleners ontdekken het fenomeen cultuur vooral sinds allochtonen in hun praktijk opduiken (Gailly, 1998)

Andere culturen vertellen vaak andere ziekteverhalen

In hoeverre patiënt en zorgverlener een gemeenschappelijke taal spreken, is een vraag die we ons vaak stellen. Spreken ze over hetzelfde als ze het over ziekte en gezondheid hebben? Ook belangrijk is dat hulpverleners naar zichzelf kijken. Gedragen ze zich anders als ze iemand van een andere cultuur op consult krijgen? Hoe? Waarom? Wat denken ze dat de patiënt van hen verwacht?

Leren werken met tolken is ook een thema dat regelmatig opduikt. Hoe gaat dat als er zich plots geen twee maar drie mensen in de consultatieruimte bevinden?

Met informatie kan je immers veel doen, maar het blijft software. De besturing gebeurt door de zorgverlener zelf. Welke attitude nemen ze aan? Dat zijn belangrijke vragen voor ons. 

Klik hier voor het volledige artikel van psycholoog Stefaan Plysier in Zorgnet Vlaanderen.

Cultuurgevoelige hulpverlening: Het lijkt politiek correct maar wat is de inhoud?

Dit artikel geeft een antropologische en culturele analyse van hulpverlening die te boek staat als cultuurgevoelig. De auteur gaat na in welke mate deze hulpverlening al dan niet tegemoetkomt aan een ‘authentieke ont-moeting’ tussen westers geschoolde hulpverleners en etnisch/cultureel andere cliënten. Dit doet hij aan de hand van kenmerken van het gezondheidszorgsysteem. Daarna bespreekt hij uitgebreid onderliggende opvattingen over ziekte en de (vermeende) competenties die horen bij cultuurgevoelige hulpverlening. Tot slot bespreekt hij het moderne westers-centrisch denken en de daaruit voortkomende professionele identiteit van hulpverleners.

Cultuurgevoelige hulpverlening: Het lijkt politiek correct maar wat is de inhoud?

Van etikettering tot hulpverlening – Hulpverlening aan immigranten in de 21ste eeuw

Devillé en Basstanie’s artikel in KifKif geeft een overzicht van hulpverlening aan mensen met migratie achtergrond in de laatste decennia en toont tegelijk de veranderingen in de visie aan. Het artikel is te lezen via deze link. Hier presenteren we alvast hun samenvatting:

Een correct en genuanceerd inzicht in het begrip ‘cultuur’ is een eerste voorwaarde om professionele hulp te bieden aan allochtonen. Cultuur is nooit statisch, maar is voortdurend onderhevig aan veranderingen en is daardoor steeds dynamisch. Mensen zijn géén passieve wezens die uitsluitend handelen op basis van hun groepscultuur, zij zijn ook de actieve makers van hun cultuur. Een groepscultuur verschaft immers geen volledig uitgewerkte richtlijnen voor allerlei specifieke situaties waarin mensen terecht kunnen komen. Cultuur levert slechts een breed stramien van mogelijkheden waaruit het individu keuzes kan maken. Welke keuze iemand maakt hangt van vele factoren af, zoals de context van de interactie, de eigen situatie, bedoelingen, verwachtingen… Dat wil niet zeggen dat de keuzes die iemand maakt niet cultuurgebonden kunnen zijn. Wel is het in het algemeen zo dat, in interactie met anderen, de mens zichzelf op de voorgrond plaatst en vanuit het eigen belang handelt. Dat brengt met zich mee dat de gemaakte keuzes niet alleen in strijd kunnen zijn met de geldende waarden en normen, maar ook in vergelijkbare situaties heel anders ingevuld kunnen worden. De mens past dus niet alleen toe wat hij geleerd heeft, maar interpreteert, kiest en verandert de betekenissen naargelang de situatie waarin hij zich bevindt.

In welke mate moet de zorg voor immigranten specialistisch zijn of juist integraal? Hoe ga je de ontoegankelijkheid van de zorg voor migranten tegen? En hoe komt het dat participatie en inspraak hoe langer hoe meer gerealiseerd wordt voor zowat alle groepen in de samenleving –leerlingen in de lagere school kennen een leerlingenraad en bejaardenzorgcentra hebben een bewonersraad- behalve voor allochtonen?

Hoewel ‘interculturele communicatie’ in de allereerste plaats communicatie is, (en dus onderhevig aan alle basisregels van het communicatieproces) moeten we vaststellen dat de communicatie tussen mensen met een verschillende culturele achtergrond vaak als een aparte, en vaak problematische vorm van communicatie wordt beschouwd. Onterecht, want een verschil in (sub)cultureel systeem kan zich voordoen op heel wat niveaus: tussen mensen met een verschillende taal, nationaliteit, achtergrond of herkomst, ideologie en religie, politieke overtuiging, enz., maar ook tussen mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, arbeiders en intellectuelen, hulpverleners en cliënten, enz.

Professionele hulpverlening dient rekening te houden met de diversiteit en de individualiteit van elke cliënt en van zijn nood aan bijstand en ondersteuning. Hulpverlening aan allochtone cliënten is niet ‘anders’ dan hulpverlening aan autochtone cliënten. De problematische situatie waarin mensen zich, al dan niet tijdelijk, bevinden wordt vaak mede beïnvloed door sociaal-economische factoren. Soms spelen culturele factoren een rol, soms is er sprake van (generatie)kansarmoede, soms is er een toevallige samenloop van omstandigheden waardoor mensen in de problemen geraken.

Reeds meer dan 15 jaar houden hulpverleners al een pleidooi voor het meer inbrengen van de ‘human link’ in het sociaal werk: het inzetten van ervaringsdeskundigen, tolken, interculturele bemiddelaars en vrijwilligers. We kunnen niet anders dan deze vraag ook vandaag herhalen. Het is tevens van belang dat dit aanbieden van tolken, intercultureel bemiddelaars of co -begeleiders structureel ingebed is in de organisatie. Dit om te vermijden dat het inzetten van deze deskundigen afhangt van de instelling van de hulpverlener die men voor zich heeft.

Vandaag is inclusie dé beleidskeuze en zowat elke hulpverlener pleit voor deze visie. Er zijn inderdaad heel wat voordelen verbonden aan een inclusief beleid. De belangrijkste voordelen van een inclusief beleid zijn de mogelijkheid om groepen naar elkaar toe te laten groeien en het vermijden van denken in termen van ‘out-group homogeniteit’. Een open houding als sociaal werker geeft je de mogelijkheid om ieder individu te benaderen vanuit zijn of haar uniciteit. Je ziet de andere als persoon op zich, niet als lid van een bepaalde culturele groep. Kennis over de andere leidt er bovendien toe dat we gaan inzien dat er culturele heterogeniteit is binnen iedere groep. Een groot gevaar is dat de sociale sector zich blindstaart op de mode van het inclusief werken, waardoor maatschappelijke achterstelling van een bepaalde groep uit het oog verloren wordt. Inclusief beleid valt enkel te rijmen met een inclusieve samenleving, anders kan dit zorgen voor nog meer achterstelling van reeds gediscrimineerde groepen. Emancipatie van achtergestelde groepen veronderstelt een zeker categoriaal of doelgroepbeleid.

Een categoriale hulpverlening zorgt voor meer efficiëntie in het werken met immigranten, de erkenning van de culturele identiteit van de groep immigranten en de mogelijkheid om te werken aan de emancipatie van de maatschappelijke achterstelling waarin de meeste allochtonen in onze samenleving zich bevinden. Een categoriaal beleid is tevens een beleidsvriendelijke visie omdat ongelijkheid gemakkelijker kan worden aangetoond in onderzoek en cijfers.